Sassenheim – ‘Het was zó bijzonder, dat vergeet ik heel mijn leven niet meer.’ De voormalige eigenaresse van het Esso-tankstation in Sassenheim praat nog altijd vol ongeloof over wat zij in 2014 meemaakte tijdens de nucleaire top in Nederland. Haar tankstation was destijds de uitvalbasis voor de auto’s van de Amerikaanse delegatie die moesten tanken.

Het leek een toevallig gebeurtenis toen de auto van de Amerikaanse president, genaamd ‘The Beast’, ruim tien jaar geleden met gevolg plotseling bij het Esso-station in Sassenheim stond om te tanken. Maar niets is minder waar! Aan de “ontmoeting” was een maandenlange minutieuze Amerikaanse voorbereiding voorafgegaan, wordt nu onthuld.

Ongeveer een half jaar voor de top wordt de eigenaresse, en tevens exploitante, van het Sassenheimse tankstation Frédérique Stravers-Leenheer gebeld door het hoofdkantoor van ExxonMobiel (Esso) Nederland. De vraag is of zij gedurende de nucleaire top de brandstof wil verzorgen voor de 42 wagens van de Amerikaanse delegatie, met daaronder ook de auto van toenmalig president Barack Obama.

Het oog valt op het Sassenheimse tankstation omdat het aan een aantal belangrijke eisen van de Amerikaanse veiligheidsdiensten voldoet. Zo ligt het pompstation op de route naar het World Forum in Den Haag waar de top wordt gehouden. Ook is het in de buurt van Noordwijk waar Obama overnacht. Verder zijn er bij het benzinestation ook goede uitvalswegen en kan de locatie makkelijk snel worden afgesloten.

The Beast bij de rotonde naast de Esso (archieffoto: De Teyding).

En, niet onbelangrijk, het is een Esso-station. Stravers-Leenheer: “Amerikanen zijn chauvinistisch, die willen naast dat ze in Amerikaanse auto’s rijden ook brandstof uit hun eigen land.” De eigenaresse gaat akkoord om de brandstof tijdens de top aan de Amerikanen te leveren. De toezegging heeft wel de nodige consequenties.

Een paar maanden voor de top staan er onaangekondigd plotseling medewerkers van de Amerikaanse geheime veiligheidsdienst in het Sassenheimse tankstation. Ze komen de locatie verkennen. Stravers-Leenheer: “Het hele terrein werd bekeken. Ze wilden weten hoe ze er in nood weg konden komen, hoe het tankstation beveiligd kon worden en waar de camera’s geïnstalleerd waren”, blikt Frédérique terug.

Ook worden de paspoorten van de medewerker van het station ingenomen om te controleren of ze geen gevaar vormen voor de Amerikanen. De veiligheidsmensen willen verder weten welke pompmedewerkers er tijdens het bezoek tanken.

“Niet alleen mijn medewerkers werden doorgelicht, ook het paspoort van mijn man en dochter werd ingenomen. Een maand later kreeg ik te horen dat iedereen goedgekeurd was. En daarna was het afwachten wanneer de Amerikaanse delegatie zou komen tanken”, gaat Frédérique verder.

Tijdens de top komen de Amerikanen met hun 42 auto’s iets van zes keer tanken in Sassenheim. Dat gebeurt zowel overdag als ’s nachts. “Ik moest 24 per dag tot hun beschikking staan. Overdag belden ze mij kort van tevoren op dat ze eraan kwamen om te tanken. Dan kreeg ik een paar minuten de tijd om het tankstation af te sluiten met lint voor andere klanten.”

De Amerikaanse voertuigen bij de pomp.

“In de nacht kreeg ik iets ‘langer’ de tijd. Een kwartier, om mijn bed uit te komen, naar het station te rijden en de pompen te openen. De Amerikanen zijn panisch om te lang op een plek stil te blijven staan. Ze geven je bewust zo min mogelijk tijd. Zodat als je kwade bedoelingen zou hebben, je daar nauwelijks de tijd voor krijgt om iets voor te bereiden.”

Tijdens de bezoeken van de Amerikanen deed de eigenaresse de auto’s aftanken terwijl de medewerker van dienst bij de kassa stond voor de afrekening. “De betaling werd na elke tankbeurt met creditcard gedaan. Ze hebben in die periode duizenden liters benzine getankt waar ik natuurlijk heel blij mee was.”

Frédérique: “Ik heb mij kapot gerend om al die wagens te tanken. In die Amerikaanse wagens gaat veel brandstof. Ze kwamen in groepjes van twee, vier of zes auto’s tegelijkertijd. De chauffeurs mochten niet zelf tanken en bleven in de auto’s zitten. Dat was omdat ze dan in geval van dreigend gevaar gelijk weg konden rijden.”

“Toen ze mij een beetje begonnen te kennen kwamen er soms wat extra mensen mee die mij hielpen met het aftanken van de auto’s. Het was onwijs leuk. Ze vonden het ook erg leuk dat het tankstation werd gerund door een vrouw en dat ik alles alleen deed.”

Obama was zelf niet bij de tankbeurten in Sassenheim aanwezig. Maar zijn medewerkers gaven de pompeigenaresse wel een keertje een vlug kijkje in zijn lege presidentiele limousine. “Het was zo indrukwekkend. Luxe zwarte leren bekleding, satellietverbindingen en helemaal gepantserd. Het is echt een tank verkleed als limousine”, herinnert Frédérique zich.

“De Amerikanen hadden niet één maar vier identieke presidentiële limousines bij zich. Dat was bedoeld als afleiding, zodat kwaadwillende mensen nooit zouden weten in welke auto de president precies zat als hij werd vervoerd.”

Zelf foto’s maken van de tankbeurten mocht Frédérique niet van de Amerikanen. Wel kwamen ze haar als dank aan het einde van de top een bos bloemen brengen. Ook kreeg ze een speciale badge van de delegatie. Deze badge heeft een ereplaatsje in haar vitrinekast thuis.

De badge (foto: PR).

“Hoe vaak gebeurt dat nou in je leven dat je gevraagd wordt om voor de president van Amerika te werken? Ik vergeet het nooit meer, mijn gezin vergeet het nooit meer, mijn medewerkers die daar gewerkt hebben vergeten het nooit meer.”

Op de vraag of ‘The Beast’ tijdens de NAVO top volgende week weer Sassenheim aandoet om te tanken heeft Frédérique geen antwoord. Ze verkocht haar benzinestation een paar jaar geleden aan Esso. “Het zal dit keer natuurlijk ook weer allemaal erg geheim zijn. Ik heb van contacten die ik in de brandstofwereld heb in ieder geval niets over gehoord.”

Dit artikel komt voort uit een samenwerking tussen Bollenstreek Omroep en Mediapartner Omroep West.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in