
Bollenstreek – Na vijf jaar onderzoek en samenwerking is Living Lab B7 afgerond. Binnen het project hebben onderzoekers, bollenboeren, beleidsmakers en inwoners zich beziggehouden met de vraag hoe de biodiversiteit in de Bollenstreek kan worden verbeterd. Donderdag kwamen betrokkenen bijeen om de resultaten, opgedane kennis en ervaringen te presenteren en te bespreken.
Living Lab B7 richtte zich op biodiversiteitsverbetering in het agrarisch gebied van de Duin- en Bollenstreek. Daarbij werd gekeken naar de combinatie van bollenteelt en natuurwaarden. Het gebied is van belang voor verschillende akkervogels, waaronder de veldleeuwerik, gele kwikstaart, patrijs, scholekster en kievit.
Binnen het project zijn op een speciaal ingericht demoveld verschillende natuurinclusieve teeltmaatregelen getest. Zo is geëxperimenteerd met groenbemesters, aangepaste bodembedekking en maatregelen langs slootkanten. Uit de praktijkproeven blijkt dat deze maatregelen kunnen bijdragen aan meer insecten en bodemleven, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de bollenteelt. Ook zijn ecologische monitoring en veldonderzoek ingezet om het effect op vogels en insecten beter in beeld te brengen.
Daarnaast is een zogenoemd keuzeweb ontwikkeld dat bollentelers helpt bij het maken van afgewogen keuzes om biodiversiteit te versterken. De opgedane kennis is vastgelegd in diverse onderzoeksrapporten en praktijkdocumenten en gedeeld met telers, overheden en andere betrokkenen. Ook is gewerkt aan een ontwerp voor een Fieldlab Bollenstreek, waarmee de samenwerking en experimenten in de toekomst kunnen worden voortgezet en opgeschaald.
Tijdens de slotbijeenkomst werden onderzoeksresultaten en praktijkervaringen gedeeld. De aandacht verschuift nu naar het verankeren van de opgedane kennis, zodat deze ook na afloop van Living Lab B7 kan worden benut in beleid en praktijk.



























