foto Hoogheemraadschap Rijnland

Bollenstreek – De aanhoudende droogte en de lage waterstanden in de Rijn zetten de zoetwatervoorziening in West-Nederland onder druk. Voor de Bollenstreek brengt dat extra risico’s met zich mee. Om voldoende zoet water beschikbaar te houden, zet het Hoogheemraadschap van Rijnland de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) maximaal in. Tegelijkertijd maakt het waterschap duidelijk dat de veiligheid van de dijken altijd voorrang heeft op de watervoorziening voor de landbouw.

Door de lage afvoer van de Rijn dringt zout water vanuit zee verder landinwaarts door. Daardoor wordt de reguliere aanvoer van zoet water via Gouda steeds zouter. Om de waterkwaliteit op peil te houden, voert Rijnland zoet water aan via de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA). Via het Amsterdam-Rijnkanaal en Bodegraven wordt water uit de Lek naar het beheergebied geleid. Het systeem draait momenteel op maximale capaciteit.

Voor de bollenteelt is voldoende zoet water van groot belang. Bollen en boomkwekerijen zijn gevoeliger voor verzilting dan bijvoorbeeld grasland. Een te hoog zoutgehalte in het oppervlaktewater kan leiden tot schade aan gewassen.

Volgens dijkgraaf Rogier van der Sande staat de veiligheid van inwoners altijd voorop. Dijken van veen en klei moeten voldoende vochtig blijven om hun stabiliteit te behouden. In een extreme situatie kan het daarom noodzakelijk zijn om water in te laten dat minder geschikt is voor de landbouw. “Als ik moet kiezen tussen schade aan bollen of doorbrekende dijken, kies ik voor sterke dijken,” aldus de dijkgraaf.Dat betekent dat de landbouw in een uitzonderlijke situatie te maken kan krijgen met een hogere zoutbelasting om de waterveiligheid te kunnen garanderen.

Het hoogheemraadschap ziet de huidige droogte niet als een op zichzelf staand incident, maar als onderdeel van een ontwikkeling waarbij langere droge perioden en zeespiegelstijging vaker voor uitdagingen zorgen. Daardoor wordt het steeds moeilijker om overal voldoende zoet water van de gewenste kwaliteit beschikbaar te houden. Rijnland roept agrariërs daarom op om zich voor te bereiden op een toekomst waarin zoet water minder vanzelfsprekend is. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het efficiënter omgaan met water, het vergroten van de eigen zoetwatervoorraad en het ontwikkelen van gewassen die beter bestand zijn tegen verzilting.

Volgens het waterschap vraagt de veranderende beschikbaarheid van zoet water om aanpassingen in de landbouw. Alleen door tijdig maatregelen te nemen kan de bollensector zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in