
Sassenheim – Van jongs af aan ziet Shewit Gebremedhin hoe de militaire dienst het leven van zijn vader beheerst. Net als veel Eritrese mannen heeft hij niet veel keuze, het leger dienen is bijna onvermijdelijk en vaak voor onbepaalde tijd. Eenzelfde lot wil Shewit koste wat kost voorkomen. Dat vooruitzicht maakt zijn toekomst uitzichtloos. Hij ontvlucht het onderdrukkende regime in Eritrea en begint aan een lange reis naar Europa.
Vluchtelingen in de Bollenstreek
De komende drie maanden publiceert de Bollenstreek Omroep iedere zaterdag een portret van iemand die vanwege oorlog, armoede, onderdrukking of ander geweld naar Nederland is gevlucht. De serie wordt gemaakt in aanloop naar 20 juni, de Dag van de Vluchteling. Om een gezicht te geven aan de vluchtelingen die wonen in de Bollenstreek.
Na het interview tilt Shewit zijn jongste dochter op in de deuropening van zijn appartement in Sassenheim. Ze is tweeënhalf jaar en kijkt ietwat verbaasd om zich heen. Zijn oudste dochter, Nazareth, staat achter haar vader en kijkt nieuwsgierig mee. Shewit kijkt trots naar zijn jongste dochter. ‘Shalom, heet ze’, zegt hij. ‘Weet je wat dat betekent?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Vrede’, zegt hij met een glimlach. ‘Dat is wat ik nu heb, vrede.’
De dictatuur
Shewit woont nu zo’n negen jaar in Sassenheim, maar komt oorspronkelijk uit Eritrea. Een klein land in de hoorn van Afrika en voormalig kolonie van Italië. Na een aantal decennia onder Engels bestuur werd het land samengevoegd met buurland Ethiopië. Daar kwam Eritrea in 1991 na een bloedige onafhankelijkheidsoorlog ook los van. Na twee jaar (1993) werd het land officieel erkend.
Sindsdien hebben er alleen nog nooit vrije verkiezingen plaatsgevonden en leeft de bevolking onder de ijzeren vuist van president Isaias Afewerki. Critici van deze president verdwijnen of belanden in de gevangenis, vrijheid van godsdienst is er evenmin. Daarnaast wordt een groot deel van de volwassen bevolking verplicht om in militaire dienst te gaan.
Shewit vertelt: ‘Ik ben in de jaren negentig in Eritrea geboren. Toen ik een jaar of vijf of zes oud was, ging mijn vader in militaire dienst. Thuis waren we met z’n zessen. Omdat mijn vader bij het leger zat, moest mijn moeder voor alle kinderen zorgen. Hij was vaak maar één keer per jaar thuis. Het was dus voor mijn moeder niet makkelijk om ons in haar eentje op te voeden. Ik moest haar vaak helpen, bijvoorbeeld met het zorgen voor de stieren op ons land.
Vanaf mijn negende ging ik naar school, samen met mijn broer en twee zussen. Daarnaast bleef ik werken op de boerderij. Rond 2008 werd de situatie in Eritrea erger. In het hele land was geen eten, geen drinken en geen regen. Overal was honger. Ik zag ook het leven van mijn vader en ik wist dat als ik klaar zou zijn met school, ik ook in militaire dienst zou moeten. Toen besloot ik dat ik daar niet kon leven. Er was geen toekomst om naar uit te kijken. In mijn hoofd was het donker.’

Weg uit Eritrea
‘Maar weggaan uit Eritrea is niet makkelijk. Binnen het land zelf is het bijvoorbeeld moeilijk om van de ene naar de andere plek te gaan. Op iedere weg is er politie of zijn er soldaten. Die controleren iedere auto en iedere bus om je ID te checken, zo houden ze iedereen in de gaten. Waarom de regering dat doet, weet ik niet zeker. Ik denk dat ze niet willen dat jongeren slimmer worden en dat je leven mooier wordt. Ze willen je alleen maar naar beneden duwen. Daarom gaan veel jongeren weg uit Eritrea.
Ook op de grens tussen Eritrea en Ethiopië maken de militairen de dienst uit. Wil je naar een ander land vluchten, dan moet je dat heel goed voorbereiden. Tijdens de oversteek kan het Eritrese leger op je schieten. Veel mensen gaan er dood of worden opgepakt. Dan ga je de gevangenis in. Soms wordt je huis afgepakt, een deel van je land of je moet heel veel geld betalen.
Mijn vlucht is in één keer gelukt en daar heb ik veel geluk mee gehad. Ik woonde sowieso al in een plaatsje dichtbij de grens met Ethiopië, het lag op zo’n twintig kilometer daarvandaan. Ik kende de weg, alleen mocht ik er niet vaak naartoe omdat daar nog steeds veel werd gevochten. Maar soms moet je je kans grijpen. Natuurlijk weet je dat je gepakt kan worden door militairen aan de grens, maar dat is het risico dat je neemt. Dat moet je accepteren. Eerst ben ik een paar dagen bij de grens gaan kijken om de situatie te bekijken. Ik maakte een plan en ik ging.’
De doorreis
‘Een tijdje bleef ik in Ethiopië, daar was het best goed. Ik heb zelfs een tijdje nagedacht om daar te gaan wonen. Maar het was ook gevaarlijk. Soms stuurde de regering van ons land ook mensen naar het opvangkamp in Ethiopië, ’s nachts of overdag om Eritrese vluchtelingen op te pakken en terug te brengen naar het land. Dat maakt het gevaarlijk om daar te blijven. Veel mensen reizen daarom door, het was gewoon niet veilig genoeg om in Ethiopië te blijven.
Daarom ging ik naar Sudan. Daar werkte ik negen maanden als schoonmaker. De meeste Sudanezen zijn moslim en ik ben christen, dat is al moeilijk. Ik werd er bestolen van mijn geld, telefoon, alles dat kostbaar was. Ook openbare plekken vermeed ik zoveel mogelijk. Maar hetzelfde geldt voor landen als Egypte en Libië. Ook daar is het leven niet goed. Dan hoor je verhalen over Europa, waar je veilig kunt leven en studeren en wil je daarnaartoe.
De hele reis duurde bijna twee jaar. Negen maanden in Sudan, zes maanden in Libië, twee dagen op zee en toen ben ik via Italië naar Oostenrijk gegaan. Vanuit daar ging ik naar Berlijn en ben ik met de trein naar Eindhoven gegaan. Ik vertel het nu heel makkelijk, maar het was zo moeilijk. Droeg je in Libië of in Sudan een te mooie jas, dan werd die gestolen. Sommige mensen gingen in een T-shirtje de boot op. Hoe kan dat nou? Twee dagen in de wintertijd, midden op zee, alleen in een shirt. Dat is echt heel zwaar.’
Naar Nederland
‘Toen ik uit de trein stapte in Eindhoven, vroeg ik de weg naar een opvangkamp. De mensen hielpen mij meteen. Ze pakten een kaart op de telefoon en vertelden waar ik naartoe moest. Eigenlijk schrok ik er een beetje van. Hoe dan? Ik kende deze mensen helemaal niet. Ik besefte me dat ik hier eindelijk tot rust kon komen. Dat is het echte leven.
Er zijn meerdere redenen waarom ik naar Nederland ben gekomen. Toen ik in Sudan was, zocht ik informatie over Nederland. Ik las dat het een vrij land is, waar je kan studeren en waar je kan geloven wat je wil. Dat vond ik belangrijk. In mijn land word je opgepakt als je je leven mooier wil maken. Als je je in Nederland aan de regels houdt, dan is er niks aan de hand.
Ik hoorde dat in buurlanden van Nederland de asielprocedure soms strenger is. Als je bijvoorbeeld vijf jaar in Nederland woont heb je kans op de nationaliteit, in Duitsland moet je dan officiële documenten laten zien. En die had ik niet. Ik wilde absoluut niet naar een land waar de kans bestaat dat ik weer terug moet naar Eritrea. Ik heb twee jaar lang gereisd en dat was heel moeilijk. Nu wilde ik hier ook blijven en wonen.
In het azc dacht ik veel aan mijn vrouw die alleen was achtergebleven in Eritrea. Ik had niet genoeg beltegoed en in ons land is geen internetverbinding. Om haar maakte ik mij heel veel zorgen. Het duurde nog wel even om mijn vrouw hierheen te krijgen. Want ook zij had geen officiële documenten. Van november 2015 tot augustus 2022 heb ik op haar moeten wachten. In totaal is ze negen keer afgekeurd. Eerst was het niet duidelijk of ze mijn zus of echtgenoot was. Toen dat duidelijk was, moest ik een fulltime baan hebben. Dat zorgde ervoor dat ik mijn opleiding watertechniek moest stoppen.’

De toekomst
‘Maar gelukkig is mijn familie nu hier. Mijn dochter zit hier op school, ze leert de taal heel snel en ook mijn vrouw is klaar met de inburgering. Ik zou graag nog willen studeren, maar ik ben inmiddels te oud. Als je ouder bent dan 30 jaar, kan je geen studiefinanciering meer krijgen. Ik heb geen diploma’s, maar lichamelijk werk kan ik wel doen. Hier heb ik een kans om te leven, in mijn land kan dat niet. Daarom moet ik het van een positieve kant bekijken. Ik kan niet opgeven, hier zijn kansen. Meer dan genoeg.
Mijn land mis ik wel. Vooral mijn familie, broers, zussen en mijn vader en moeder. Het is moeilijk om met hen in contact te komen. Beltegoed is duur. Tien minuten bellen kost ook 10 euro. En soms is de verbinding ook heel slecht. Mijn moeder is blind en al wat ouder. Soms vertelt ze me dat ze binnenkort gaat overlijden. Het doet me dan heel veel pijn dat ik haar niet meer kan zien.
Nog steeds hopen wij dat de regering in Eritrea verandert. Dat is onze enige kans. Als dat gebeurt, kunnen we misschien weer op bezoek of wie weet, helemaal terug. Ik kan mijn land niet vergeten. Daar heb ik mijzelf opgebouwd en ben ik geworden wie ik ben.’
Dag van de Vluchteling:
Op vrijdagavond 19 juni organiseert Vluchtelingenwerk een filmavond in Theater de Muze. Daar zal ook een expositie te zien van fotografe Arlette Warmerdam. Ook omroep BO zal een activiteit organiseren rondom de Dag van de Vluchteling, daarover volgt later meer.








