
Bollenstreek – De bollensector is echt wel bezig met verbeteren en verduurzamen. Dat is de centrale boodschap die belangrijke bollenorganisaties naar buiten proberen te brengen. Het tweede jaar van de Regiocertificering zit er namelijk op: dat is de samenwerking tussen kwekers om de bollensector te verduurzamen.
Het aantal bollenkwekers dat meedoet aan de Regiocertificering is flink gestegen. Waar er in het eerste jaar maar 13 ondernemers meededen, zijn dat er nu 43. Onder hen zijn 27 kwekers die zich richten op voorjaarsbloemen (tulpen, hyacinten, narcissen), 10 op zomerbloemen (dahlia’s, gladiolen, zonnebloemen) en 6 op vaste planten (irissen, lavendel en margriet). De 43 ondernemers vertegenwoordigen meer dan de helft van alle bollengrond in de Duin- en Bollenstreek.
Het idee van de Regiocertificering
De Regiocertificering is een antwoord op de toenemende kritiek op bollentelers. De bollenteelt zou vervuilend zijn, onder andere via het gebruik van fosfaatmest en bestrijdingsmiddelen.
De Regiocertificering is geen officieel keurmerk, eerder een naam waaronder bollentelers samenwerken. Het is een soort hulpmiddel, waardoor kwekers niet in hun eentje hoeven te bedenken hoe ze gaan verduurzamen. Belangrijke onderwerpen zijn fosfaat in de bodem, stikstof en schadelijke stoffen in bestrijdingsmiddelen.
De Regiocertificering is een idee van de Koninklijke Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en Greenport Duin- en Bollenstreek. Het wordt betaald door onder andere de Provincie Zuid-Holland, de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek, Keukenhof en het Hoogheemraadschap.
Wat is het probleem?
De meeste kritiek op de bollensector gaat vaak over het gebruik van bestrijdingsmiddelen, door de sector zelf ‘gewasbeschermingsmiddelen’ genoemd. Deze middelen worden onder andere gebruikt om te voorkomen dat er ziektes verspreiden en er te veel onkruid groeit. In de bestrijdingsmiddelen zitten stoffen die schadelijk zijn voor mensen en de natuur. De Regiocertificering ziet de slechte stoffen in de bestrijdingsmiddelen als een probleem waaraan gewerkt moet worden, maar er is meer.
Zo zijn er ook zorgen over de hoeveelheid fosfaat in de bodem. Fosfaat zit in mest en zorgt ervoor dat planten kunnen groeien. Aan de andere kant is een overschot gevaarlijk: het kan belangrijke processen in de natuur verstoren en bijvoorbeeld zorgen voor veel algen in slootwater. Een derde van alle overschotten van fosfaat is nu terug te leiden naar de sierteeltsector.
Als derde punt is er natuurlijk ook nog stikstof. Zoals elke agrarische teler in Nederland moeten ook de bollenboeren kijken naar de stikstof die ze uitstoten.
Hoe wordt dat aangepakt?
Concrete adviezen over de aanpak ontbreken nog. Wel wordt er steeds beter gemonitord: de telers in de Regiocertificering verzamelen veel data, op basis van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Die indicatoren zijn voor alle telers hetzelfde en gaan over fosfaat, stikstof, bestrijdingsmiddelen en de organische stofbalans in de bodem. Door veel data te verzamelen, kan het probleem in kaart worden gebracht.
Omdat het aantal telers in de Regiocertificering is gegroeid, is het makkelijker om de data te vergelijken. De data wordt ook betrouwbaarder. Op dit moment houden telers namelijk zelf hun scores bij op de KPI’s, maar hoe meer ondernemers meedoen, hoe meer uitschieters op gaan vallen.
Voor 2026 is het grootste doel van de Regiocertificering om de dataverzameling voor de KPI’s te automatiseren. Zo hoeven telers veel minder tijd te besteden aan de KPI’s en wordt de data betrouwbaarder. Het komende jaar wordt er getest met nieuwe methoden om de data goed te verzamelen.
Hoe hebben de telers het in 2025 gedaan?
Hoewel er vooral veel data wordt verzameld, zijn er wel resultaten voor 2025. Er zijn verbeteringen te zien als het gaat over fosfaat. Kwekers zijn namelijk overgestapt op compost, in plaats van fosfaatkunstmest. Voor tulpen en hyacinten is het overschot van fosfaat in de grond daarom verminderd.
Wat betreft stikstof gaat het ook steeds beter in de bollensector. Er is wel sprake van een stikstofoverschot, maar de hoeveelheid nitraat in bollenvelden is laag. Daarmee voldoet de bollensector in ieder geval aan de nitraatrichtlijnen.
Dan blijft toch weer dat grote discussiepunt over: bestrijdingsmiddelen. De telers in de Regiocertificering staan voor een dilemma: klanten eisen hoge kwaliteit bollen, maar daarvoor zijn bestrijdingsmiddelen nodig. Wel blijkt dat er onder de 43 bedrijven die meedoen grote verschillen zijn in de gebruikte hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. Ruimte om van elkaar te leren is er dus wel.
Daarnaast is er minder Pendimethalin gevonden in de bollenvelden in de Duin- en Bollenstreek. Pendimethalin wordt gezien als een schadelijke stof die vooral in de Duin- en Bollenstreek teveel wordt gebruikt. De vermindering wordt gezien als een ‘voorzichtig positief effect’.
Toch blijft er een ‘maar’: over het algemeen is er minder Pendimethalin gevonden, maar bij sommige telers juist meer. Zij gebruiken de bestrijdingsmiddelen Stomp en Wing P, wat dus juist meer Pendimethalin achterlaat. Ook het gebruik van een andere schadelijke stof, Pyraclostrobin, is nog te hoog. Pyraclostrobin wordt gebruikt om bollen schoon te maken, vaak binnen de muren van de bollenbedrijven.
Toekomst
En dus blijft er genoeg om aan te werken voor de bollensector, is de conclusie. De telers lijken aan te willen geven dat ze niet stilzitten: zo komen ze met allerlei nieuwe ideeën.
Er zijn in de Bollenstreek al bepaalde ’testvelden’, waar wordt geëxperimenteerd met nieuwe, minder schadelijke technieken. Daarnaast wordt er gewerkt aan een nieuwe manier van verkopen: als er een speciale verkooplijn wordt opgezet voor bollenbedrijven die meedoen aan de Regiocertificering, kan er een hogere prijs worden gevraagd, waardoor kosten om te verduurzamen worden gedekt.
De belangrijkste boodschap blijft: het kost tijd. De telers in de Regiocertificering benadrkukken dat kwekers niet zomaar veranderingen kunnen doorvoeren en dat resultaten vaak ook op zich laten wachten. ‘Pas na enkele jaren wordt zichtbaar welke veranderingen structureel doorwerken in de praktijk’, wordt er dan ook gezegd.
Het hele jaarverslag van de Regiocertificering is hier te lezen.









![[AUDIO] Wandeling langs onderduikadressen houdt oorlogsverhalen levend in Sassenheim](https://www.bollenstreekomroep.nl/wp-content/uploads/2026/05/DSC03145-218x150.jpg)





![[AUDIO] Wandeling langs onderduikadressen houdt oorlogsverhalen levend in Sassenheim](https://www.bollenstreekomroep.nl/wp-content/uploads/2026/05/DSC03145-80x60.jpg)


