Foto: Johanna Oskam

Sassenheim – Een paar maanden nadat Syrische troepen onder aanvoering van de Turkse president Erdogan de Koerdische stad Afrin binnenvallen, vlucht Sabri Ibrahim naar Nederland. Een lange asielprocedure met verplaatsingen door heel het land volgt. Inmiddels woont hij in Sassenheim en werkt hij bij de overheid in Den Haag.

Vluchtelingen in de Bollenstreek
Tot en met 20 juni publiceert de Bollenstreek Omroep iedere zaterdag een portret van iemand die vanwege oorlog, armoede, onderdrukking of ander geweld naar Nederland is gevlucht. De serie wordt gemaakt in aanloop naar de Dag van de Vluchteling (20 juni 2026). Om een gezicht te geven aan de vluchtelingen die wonen in de Bollenstreek.

‘De oorlog in Syrië was één van de redenen waarom ik vluchtte, maar niet de belangrijkste. Op 20 januari 2018 viel Turkije samen met Syrische huurlingen (Het Vrije Syrische Leger, red.) mijn stad Afrin binnen. Die stad viel onder een soort zelfbestuur van de Koerden. In maart hebben ze (Turkije en de rebellen, red.) die stad en het gebied eromheen echt bezet. Tot oktober bleef ik in Afrin om de situatie aan te kijken, maar het was echt een hel daar. 

Door de inval werden mensen die met het Koerdische zelfbestuur werkten, gearresteerd, in de gevangenis gezet, gemarteld of zelfs vermoord. Ook haalden ze bijvoorbeeld mensen uit Damascus (hoofdstad van Syrië, red.) naar Afrin en dwongen ze Koerdische mensen uit hun huis. Ik had een aantal collega’s die de Koerdische taal gaven als leraar en veel van hen zijn ook gearresteerd. 

Daarom voelde ik zelf ook gevaar. Ik werkte als leraar wiskunde, maar gaf wel les in het Arabisch en niet in het Koerdisch. Toch was het al gevaarlijk als je samenwerkte met een van de instellingen van het zelfbestuur en als leraar hoorde ik daarbij via het onderwijssysteem. En ik werkte samen met collega’s die Koerdisch gaven. Ik had het gevoel dat het gevaar stap voor stap dichterbij kwam. Ik dacht dat ik op een dag ook gearresteerd zou worden. 

Zoals mijn broer die werd opgepakt door de Turkse overheid. Hij bleef drie dagen op het bureau, daarna mocht hij weer weg. Toen zei ik tegen hem: ‘We moeten weg, anders gaan wij ook vermoord worden. Ze hebben jou nu één keer gearresteerd. Maar ze gaan jou nog een keer arresteren en nog een keer.’ Mijn broer heeft ook drie kinderen, dus ik vertelde hem: ‘Het is niet alleen voor jouw veiligheid, maar ook voor die van je kinderen. De kinderen kunnen niet opgroeien in zo’n slechte omgeving’.’

Operatie Olijftak
De inval op Afrin staat beter bekend als Operatie Olijftak. In januari 2018 viel Turkije samen met het Vrije Syrische Leger het gebied rondom de stad binnen. Afrin was destijds een Koerdische enclave in het noordoosten van Syrië, tegen de Turkse grens. Koerdische strijdkrachten waren op dat moment heel belangrijk in de strijd tegen Islamitische Staat (IS).

De Verenigde Staten wilden daarom extra investeren in het trainen en bewapenen van de strijdgroepen. Maar dat zag Turkije niet zitten. De regering van de Turkse president Erdogan ziet de Koerden (en dan vooral de PKK, de Koerdische Arbeiderspartij, en daaraan gelieerde partijen) namelijk als een bedreiging voor het land. De PKK streed jarenlang, ook met geweld, voor meer gelijke rechten en een autonome staat voor de Koerdische minderheid.

Met de gewapende actie van Turkije en de rebellen in 2018 wilde Turkije de Koerdische strijdkrachten in Syrië verzwakken. Maar dit ging ook gepaard met geweld tegen de Koerdische burgers. Zo meldde Amnesty International in 2018 willekeurige detenties en martelingen op basis van ongegronde beschuldigingen van banden met Koerdische strijdkrachten, verdwijningen en plunderingen en inbeslagname van huizen.

De asielprocedure

‘Via Turkije en Griekenland zijn mijn broer en ik naar Nederland gevlucht. Hoewel Turkije voor ons een gevaarlijk land is, zijn we dus ook via dat land naar Europa gegaan. Dat is de minst gevaarlijke route. Het ging allemaal vrij snel. In november 2018 kwam ik aan in Nederland en startte mijn asielprocedure. 

In Ter Apel wordt er eerst gecheckt of je goede documenten bij je hebt. Daarna ging ik naar Budel, meer in het zuiden van Nederland. Daar moest ik mijn vingerafdruk afgeven en kreeg ik mijn eerste verhoor met de IND*. In het gesprek vragen ze wie je bent, je geschiedenis, wat heb je gedaan in je land en kijken ze of je paspoort niet nep is. Ze willen zeker weten dat je echt afkomstig bent uit Syrië. Daarom stelden ze mij ook vragen over Aleppo, over waar ik heb gewoond en wat daar in de buurt is. Scholen of ziekenhuizen. Ze checken of dat klopt of niet.”

Na het eerste gesprek word je naar een volgend azc gestuurd, daar wacht je op het tweede gesprek. Dat proberen ze altijd binnen zes maanden te doen, maar door de drukte kan het ook wat langer duren. In mijn tijd was het bijvoorbeeld zes maanden, maar nu moet je soms een jaar of anderhalf wachten op het tweede gesprek. In afwachting van mijn tweede gesprek ben ik vanuit Budel naar het azc in Wassenaar gegaan, bij Duinrell. Maar in de lente moest Duinrell open en ging het azc daar sluiten. Dus werden we verplaatst naar Echt, een plaatsje in Limburg.

Daar heb ik nog twee maanden gewacht op mijn volgende gesprek. Voor dat tweede gesprek moest ik weer terug naar Ter Apel. Maar dit is wel het belangrijkste gesprek, de IND vraagt dan waarom je naar Nederland komt.

Je krijgt dan ook een gezondheidscheck en een psycholoog kijkt of je helemaal in orde bent. Op de derde dag zit je met een advocaat en kijk je terug op de eerdere verhoren. Ben je nog iets vergeten te vertellen of heb je je vergist? Dat kan je dan nog aangeven. Op de laatste dag stuurt de IND een mailtje naar de advocaat met de uitslag. In mijn geval kreeg ik een A-vergunning, als politiek vluchteling. 

Sabri Ibrahim in Park Rusthoff. Foto: Johanna Oskam

Als je je verblijfsvergunning krijgt, word je weer naar een ander azc gestuurd. Ik ben toen naar Deventer gegaan. Je moet dan een proces volgen om te integreren in de Nederlandse maatschappij en wachten totdat je een woning krijgt. Mijn tante woont in Delft dus ik had aangegeven dat ik graag in de buurt van Delft wilde wonen. Ook omdat daar een universiteit zit. Daarnaast had ik Leiden en Hoofddorp als voorkeur aangegeven. Maar niet Teylingen of Sassenheim, dat kende ik niet eens. 

Het heeft een maand geduurd voordat ze mij vertelden dat de gemeente Teylingen mij een huis wilde aanbieden. Een gemeente moet je namelijk eerst een soort van accepteren. Daarna moet je wachten tot de gemeente daadwerkelijk een huis voor je heeft gevonden. Dat duurde nog een paar maanden. Toen ben ik naar dit appartement in Sassenheim verhuisd.’

Een nieuw thuis

‘Hier ben ik snel Nederlands gaan leren, bijvoorbeeld op Taalschool Harmonie in Sassenheim en het ATC bij de Universiteit Leiden. De docenten van Harmonie spreek ik nog steeds, we sturen elkaar vaak nog een berichtje op verjaardagen of op Pasen en Kerst. Ik zit ook bij Teylingen Schoon. Iedere eerste zaterdag van de maand help ik met opruimen. Je moet jezelf de kans geven om te integreren in de maatschappij, anders zit je maar op de bank en heb je alleen maar depressieve gevoelens. 

Maar ik wilde in Nederland niet alleen maar Nederlandse lessen volgen, ik wilde ook zelf werken. Zo kwam ik in contact met UAF, een organisatie die hoogopgeleide mensen uit het buitenland helpt werk te vinden in Nederland. Ik kreeg een begeleider die mij baankansen doorstuurde en als ik wilde solliciteren mij kon helpen met het oefenen van een sollicitatiegesprek. Na een paar maanden stuurde zij een vacature door van het Rijk, dat statushouders een kans wilde geven om bij de overheid te werken.

Eigenlijk geloofde ik het niet. Hoe zou ik bij de overheid kunnen werken zonder Nederlands paspoort? Ik was in Nederland op basis van een verblijfsstatus. En om bij de overheid te werken, moet je toch een burger zijn? Maar ik dacht: we gaan het doen. Niet geschoten is altijd mis.  

Na een open dag en een sollicitatiegesprek, belden ze mij dat ik was uitgekozen om in Den Haag te werken in de financiën, als auditor om precies te zijn. Eigenlijk geloofde ik het toen nog steeds niet. Pas toen ik de contracten had getekend, besefte ik dat het echt was. Toen had ik bewijs dat ik daar zou gaan werken. 

Ik werk er nu vier jaar en ben blij met hoe ik mijn leven hier heb opgebouwd. Ik heb mijn burgerschap geregeld, een Nederlands paspoort, een huis en een baan. Nu kan ik echt zeggen dat ik een stabiel leven heb.’

Terug naar Syrië

‘Op dit moment zou ik niet terug kunnen naar Syrië. Misschien, in de toekomst, zou ik het land kunnen bezoeken. Maar de situatie is nog niet helemaal rustig. Het regime van Assad is gevallen en natuurlijk waren we daar blij mee. Maar ik wist ook dat daarmee maar 50 procent van de problemen zijn opgelost, nu hebben we nog de overige 50 procent. 

Er zijn zoveel minderheden in Syrië. Niet alleen Koerden, maar ook Druzen, Alawieten, Christenen en een meerderheid van Soennieten. Elke groep wil graag zijn eigen belang hebben. Zijn eigen stukje van de taart, of de macht hebben over de anderen. Als oplossing zie ik een soort federalistische staat, net als de Verenigde Staten. We moeten een grondwet hebben voor iedereen, maar wel staten waar iedere groep de vrijheid heeft om zijn eigen regels door te voeren. Zo heeft iedereen zijn eigen plek waar ze kunnen samenwonen.’

*De IND is de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze organisatie beoordeelt alle aanvragen van mensen die in Nederland willen wonen, werken, studeren, asiel zoeken of Nederlander willen worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in