Foto: PB

Hillegom – De Gemeentelijke Rekenkamer Hillegom en Lisse heeft onderzoek gedaan naar het preventieve jeugdbeleid in beide gemeenten. Daaruit blijkt dat wachttijden in de jeugdzorg en een gebrek aan structurele monitoring de effectiviteit van hulp onder druk zetten. De Rekenkamer roept beide gemeenten op om scherper te sturen op resultaten, betere doorstroming in de jeugdketen en meetbare effecten van preventieve ondersteuning.

De Rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op het gemeentebestuur en de gemeenteraad adviseert. Het onderzoekt of gemeentelijk beleid daadwerkelijk werkt, of de doelen worden gehaald en of financiën effectief worden besteed. De conclusies en aanbevelingen uit zulke onderzoeken worden vervolgens gepubliceerd in openbare rapporten.

De Rekenkamer onderzocht sinds begin 2025 hoe preventieve jeugdhulp in Hillegom en Lisse functioneert. Daarbij keek het orgaan naar de inrichting, uitvoering en effectiviteit van het beleid.

De Rekenkamer doet in het rapport meerdere aanbevelingen. Zo moeten gemeenten zorgen voor betere doorstroming naar passende jeugdhulp en wachttijden terugdringen. Ook adviseert het rapport om de effectiviteit van preventieve interventies structureel te monitoren en hierover duidelijke afspraken te maken met partners die jeugdhulp aanbieden. ‘Wij kunnen ons goed vinden in de aanbevelingen uit het rapport’, zegt Mark Lokhorst van D66. Hij noemt het onderzoek van de Rekenkamer ‘een krachtig vliegwiel voor de toekomst.’ ‘De Rekenkamer legt hiermee de vinger op de zere plek’, aldus Lokhorst.

Vooral de wachttijden in de gespecialiseerde jeugdzorg zorgen volgens de Rekenkamer voor ‘verstopping in de keten.’ Daardoor blijven gezinnen langer hangen in lichtere vormen van ondersteuning en zijn hulpverleners steeds vaker bezig met overbruggingszorg bieden. Volgens het rapport kan dat ertoe leiden dat lichte hulpvragen uiteindelijk verergeren, terwijl preventieve hulp juist bedoeld is om zwaardere problemen te voorkomen.

Het is een zorgen die ook Hart voor Hillegom herkent: ‘Gezinnen moeten soms tussen de drie en zes maanden wachten tot ze hulp krijgen. Bovendien zijn professionals veel tijd kwijt aan taken als doorsturen en overbruggen’, zegt Hans Cornet.

Ook ontbreekt volgens de onderzoekers structureel inzicht in de vraag welke hulp daadwerkelijk effect heeft. Gemeenten meten nog onvoldoende wat de ondersteuning uiteindelijk oplevert voor gezinnen. Daardoor is het voor de gemeenteraad lastig om te beoordelen welke aanpakken effectief zijn en waar geld beter ingezet kan worden.

Annemieke van Dijk van Pro vraagt zich af hoe de effectiviteit van jeugdhulp beter gemeten kan worden. Volgens haar hoeft dat niet ingewikkeld te zijn. ‘Je hoeft niet telkens uitgebreide rapporten op te stellen. Door gezinnen simpelweg een paar vragen te stellen over hoe zij de hulp hebben ervaren, krijg je al veel waardevolle inzichten’, zegt ze.

Een opvallend detail in het rapport wat door meerdere raadsleden wordt benoemd is het verschil tussen Hillegom en Lisse. ‘In Lisse zijn de teams hechter en verloopt de samenwerking beter, terwijl het in Hillegom juist ontbreekt aan sterke samenwerkingsverbanden en de wachttijden langer zijn’, aldus Cornet.

‘Ik schrok ervan’, zegt wethouder Jeroen Nederpelt. Ook hem viel het verschil tussen Hillegom en Lisse op. ‘Dat kan ermee te maken hebben dat de preventiecoördinator een tijdlang afwezig was.

Maar inmiddels is die weer aan de slag. Het is een periode wat onrustig geweest, maar de contacten met instellingen verbeteren nu weer.’

Volgens de Rekenkamer is daarbij wel een belangrijke kanttekening te maken. ‘Uit de interviews blijkt dat Lisse iets verder is in de professionalisering, maar Hillegom is later begonnen met de inrichting van de teams.’

De conclusies uit het onderzoek sluiten nauw aan op het nieuwe Programmaplan Jeugd dat dinsdag door de gemeenteraad werd aangenomen. Met dat plan trekt Hillegom ruim één miljoen euro uit om de jeugdzorg te verbeteren. De gemeente wil sterker inzetten op preventie, hulp dichter bij gezinnen organiseren en voorkomen dat jongeren onnodig in zware jeugdzorg terechtkomen. Ook het verbeteren van de doorstroming binnen de jeugdketen en het terugdringen van wachttijden zijn belangrijke onderdelen van het nieuwe beleid.

Het college stelt daarom voor om alle aanbevelingen uit het rapport over te nemen en die mee te nemen in de verdere uitvoering van het Programmaplan Jeugd. De gemeenteraad reageerde daar positief op. ‘Voor ons is duidelijk wat de conclusies van het rekenkamerrapport zijn en die nemen wij over’, aldus Ria Heemskerk-Rekké.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in