Nihal staat voor het schilderij de Tortoise Trainer van Osman Hamdi Bey. Foto: Johanna Oskam

Warmond – Na de mislukte Turkse staatsgreep van 2016 vluchtte het gezin van Nihal* naar Nederland. Haar man had een groot bouwbedrijf, zij werkte als lerares. In Nederland moesten ze opnieuw beginnen, onderaan de sociale ladder. En dat is niet altijd makkelijk: ‘In Turkije was ik een rijke vrouw, hier krijg ik een uitkering. Dat vind ik lastig.’

Vluchtelingen in de Bollenstreek
Tot en met 20 juni publiceert de Bollenstreek Omroep iedere zaterdag een portret van iemand die vanwege oorlog, armoede, onderdrukking of ander geweld naar Nederland is gevlucht. De serie wordt gemaakt in aanloop naar de Dag van de Vluchteling (20 juni 2026). Om een gezicht te geven aan de vluchtelingen die wonen in de Bollenstreek.

Wie bij Nihal op de koffie gaat, zal zich niet snel vervelen. Met een brede glimlach en armen gespreid staat ze bij de voordeur van haar rijtjeswoning in Warmond, waarna er op de eettafel één van haar overheerlijke cakes staat te wachten. 

Daarna begint ze te babbelen. Het gesprek gaat van het ene onderwerp naar het andere. Ze vertelt dat ze vannacht om drie uur ‘s nachts een inbreker hoorde in de tuin. Ze rende naar buiten: het bleek een onschuldige egel. Nihal was niet per toeval zo laat op, want ze gaat altijd laat naar bed. Overdag kan ze zich niet concentreren op het leren van Nederlands (ze heeft vier kinderen en een man. ‘Dat betekent tien kinderen!’). Ze kijkt dan vaak Nederlandse televisieprogramma’s. Boer zoekt vrouw – ‘die vrouwen huilen altijd’ – en een programma waarin ‘buren altijd ruzie maken’ (Meester Frank Visser doet uitspraak). Ze kijkt ook naar Het verhaal van Amsterdam en Dreamschool.

Aan de muur hangt een oud Ottomaans schilderij, ze loopt er naartoe en wijst. Het toont een oudere man in traditionele Ottomaanse kleding; een lang rood gewaad met een geborduurde zoom en een Turkse tulband op zijn hoofd. In zijn hand houdt hij een traditionele Turkse ney (een soort langwerpige fluit) en draagt een kleine drum op zijn rug. Om hem heen lopen schildpadden op de grond. 

Het is een kopie van The Tortoise Trainer, een schilderij uit begin twintigste eeuw van de Turkse intellectueel Osman Hamdi Bey. Destijds stond het symbool voor de trage veranderingen binnen het Ottomaanse rijk, voor Nihal is het schilderij nog steeds relevant. ‘Schildpadden luisteren niet, hè’, vertelt ze. ‘Die kunnen niet goed horen. Dat heb ik ook in mijn land. Ik wil verandering brengen, maar de mensen willen ons niet horen.’

Alles kwijt

In 2022 kwam Nihal via gezinshereniging met haar kinderen naar Nederland. Haar man was al eerder vanuit Turkije gevlucht voor zijn veiligheid. Net zoals in het verhaal van Turkan stond ook het leven van Nihal en haar gezin in juli 2016 op z’n kop. 

Ze vertelt: ‘Voor 15 juli was ik echt een rijke vrouw. Ik woonde dicht bij Istanbul, mijn man had een bouwbedrijf en ik was juf. Ik heb een universiteitsdiploma voor het basisonderwijs, een masterdiploma voor leidinggevende in het onderwijs en ik ben specialist in ADHD, autisme en dyslexie. De laatste vier jaar in Turkije was ik Engels docent en ik gaf bijles aan kinderen met bijvoorbeeld ADHD die moeite hebben met schrijven. 

Na 15 juli werden we verantwoordelijk gehouden voor de grote coupe. Ik ben geen lid van de Gülenbeweging, alleen mijn man. Wij kwamen niet in de gevangenis, maar veel van onze mensen wel. In één nacht verloren we alles, zoals onze banen en onze bankrekening die werd geblokkeerd. Nu heb ik in Turkije alleen nog maar één flat en één auto.’

Staatsgreep in Turkije
In juli 2016 werd een poging gedaan om een staatsgreep te plegen in Turkije. Tanks reden door de straten van Istanboel en Ankara en militairen namen de staatstelevisie over. President Erdogan riep burgers via FaceTime op tot verzet, waarna duizenden mensen de straat opgingen. Er ontstond chaos, er vielen honderden doden, maar uiteindelijk werden de coupplegers overmeesterd.

De regering van Erdogan wees naar Fethullah Gülen als verantwoordelijke voor de mislukte staatsgreep. Destijds was hij een Turkse Moslim geleerde en geestelijke die in de VS in ballingschap leefde, in 2024 overleed hij. Wat volgde was een klopjacht op Gülenisten. Tienduizenden Turken werden, via donaties aan organisaties of een abonnement bij de Gülen-gelieerde krant Zaman, gelinkt aan de beweging, waarna zij in de gevangenis belandden.

‘Wij zijn naar Nederland gekomen voor de kinderen, want als je kinderen ouder zijn dan 18 jaar kunnen zij ook nog naar Nederland komen. In Duitsland kan dat niet met kinderen die ouder zijn dan 18. Mijn kinderen waren niet blij in Turkije. Wij hadden een etiket, we waren terroristen. Niemand durfde met ons te praten of contact te maken, dat was gevaarlijk.

Mijn eerste kind was bezig met zijn studie computer engineering in Turkije, maar hij kon het niet afmaken omdat we hierheen vluchtten. Hij moest eerst Nederlands leren en Engels, nu gaat hij misschien naar het hbo. De tweede heeft een eigen bedrijf. Hij studeerde architectuur, maar ook hij kon dat niet afmaken. Nu werkt hij in de bouwsector. De derde zat ook midden in haar studie, ze wilde ingenieur worden. Zij leerde in een jaar tijd Nederlands en Engels op B2-niveau (volledige beheersing van de taal, red.) en nu gaat ze naar de universiteit waar ze psychologie studeert. De vierde is elf jaar en zit in groep zeven op de basisschool in Warmond. 

Ze laat een foto zien van haar vier kinderen, twee jongens en twee meisjes. ‘Democratie begint thuis. Een van mijn zoons gelooft niet, de ander wel. Maar wij leven allemaal samen, ik respecteer alles.’

Een kans

‘In Nederland hebben wij een kans nodig. Wij willen niet onze deuren sluiten, we willen juist contact maken met de Nederlanders. Mensen uit Turkije hebben vaak ook een hoog onderwijsniveau. Als Nederlanders slim zijn, kunnen zij onze kennis ook gebruiken. Zo ken ik bijvoorbeeld een man uit Nieuw-Vennep. In Turkije was hij kindercardioloog, maar hier heeft hij een garage en werkt hij als automonteur. 

Misschien kan ik niet gelijk juf worden in Nederland, maar ik wil het wel leren. Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen. Ik was rijk en nu krijgen we een uitkering. Dat is echt lastig voor mij.

Ik weet dat het tijd nodig heeft. Ik ben 50 jaar en het leren van de taal duurt lang, ik vergeet veel dingen. Maar toen ik hier kwam, wachtte ik niet thuis. Ik wilde werken, desnoods vrijwilligerswerk. Daarom ging ik naar de Bernardus (ouderencentrum in Sassenheim, red.). Ik praatte met de oude mensen en zij probeerden mij altijd Nederlands te leren.’

Samen

‘Nu in Warmond ben ik echt blij. Het is hier rustig en iedereen kent mij. Ik ben stagiair op de Aloysiusschool in Hillegom, in het speciaal onderwijs. Tijdens de ramadan, een paar weken geleden, maakte ik een iftar-programma op school. Dat had de directeur gevraagd. Ik ging koken in mijn eigen huis en nam daarna het eten mee. 

Uiteindelijk hebben daar heel veel mensen van gegeten. Het was echt geweldig. Ik wil niemand moslim maken, dat vind ik niet belangrijk. Wat ik belangrijk vind, is dat iedereen samen aan één tafel eet. Zo kunnen we over alles praten en voor alles een oplossing vinden.’

* Wegens veiligheidsredenen wordt de achternaam van Nihal niet genoemd in het artikel. Haar hele naam is wel bekend bij de redactie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in