Het gemeentehuis van Hillegom (archieffoto).

Hillegom – De Hillegomse raadscommissie boog zich deze week over de vraag of de monumentenstatus van de voormalige spoorwegdienstwoning aan de 2e Loosterweg 2 moet worden ingetrokken. De eigenaar wil van de beschermde status af, maar volgens het college blijft het pand een belangrijk Hillegoms spoorwegerfgoed.

De woning, gebouwd in 1910 en sinds 2008 gemeentelijk monument, ligt direct naast het spoor. De eigenaar diende begin dit jaar een verzoek in om de status te laten vervallen, maar leverde geen onderbouwing aan, bijvoorbeeld in de vorm van een deskundigenrapport. “Het pand is nog altijd in oorspronkelijke staat en daarmee van cultuurhistorische waarde”, stelt het college van B & W in zijn voorstel.

Het college kreeg daarnaast bijval van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GACO), die eveneens adviseerde om de monumentenstatus te behouden. Volgens de commissie vormt het huis een markant voorbeeld van vroege twintigste-eeuwse spoorwegarchitectuur en is het van betekenis voor de lokale geschiedenis.

Het proces verliep echter verre van vlekkeloos. De behandeling van de aanvraag liep vertraging op, waardoor de eigenaar de gemeente formeel in gebreke stelde. Hillegom erkent dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en stelt voor de opgelegde dwangsom, maximaal 1.442 euro, te vergoeden.

Tijdens de commissievergadering bleek er brede steun voor het voorstel van het college, al ging dat gepaard met stevige kritiek op de manier waarop de gemeente het dossier heeft aangepakt. Verschillende commissieleden spraken hun ergernis uit over de trage afhandeling en de gemaakte fouten.

Tegelijkertijd klonk er waardering voor de eigenaren van de woning, die het pand volgens de meeste fracties goed hebben onderhouden. Dat terwijl sommige andere monumenten in Hillegom wél tekenen van verval vertonen. Vanuit de commissie kwam daarom een duidelijke oproep aan het college om beter samen te werken met betrokken en zorgvuldige eigenaren, en hen actiever te ondersteunen bij het behoud van erfgoed.

Het werd al snel duidelijk dat het grootste deel van de commissieleden niet achter de aanvraag stond om de monumentstatus op te heffen. De cultuurhistorische waarde van het pand was ook volgens het merendeel van de commissie té belangrijk.

Lizzy Pesschier van de VVD stelde dat de geschiedenis van Hillegom zichtbaar blijft in gebouwen zoals dit. “Dit soort plekken geven Hillegom karakter”, zei ze. “Maar vakanties en personele wisselingen mogen nooit reden zijn dat beslistermijnen worden overschreden en er dwangsommen volgen”. Volgens de VVD is er geen aanleiding om de status te schrappen, maar wel reden om de samenwerking tussen gemeente en eigenaren te verbeteren.

D66-commissielid Jordy van Maris vroeg zich af hoe de gemeente de wettelijke termijn van 26 weken kon overschrijden. Toch vond ook D66 dat het pand een te grote cultuurhistorische waarde heeft om de status te verliezen: “De woning beschikt nog steeds over de originele elementen”.

Robbert Janssen (Bloeiend Hillegom) sprak van een “mismatch tussen inhoud en proces”. “We hebben vooral over het proces gediscussieerd, en dat heeft ons 1.400 euro gekost”. Hij pleitte ervoor te wachten met een definitieve beslissing tot het nieuwe beleidskader voor gemeentelijke monumenten er ligt.

Het nieuwe beleidskader voor gemeentelijke monumenten dat volgend jaar wordt geïntroduceerd brengt een nieuwe dimensie in deze discussie.

Hilde de Hoog-Ferwerda van GroenLinks noemde de situatie “een mega complexe kwestie die we met elkaar hebben aangericht”. Zij hekelde het gebrek aan communicatie, maar benadrukte eveneens de waarde van het pand en het belang van goede overweging. “Zonder een deskundigenrapport kun je geen goede afweging maken”.

Volgens Hans Cornet (Hart voor Hillegom) riep wethouder Hoekstra op om opnieuw in gesprek te gaan met de bewoners. “Laten we dit menselijk afhandelen, niet zakelijk”.

Amber Evers (BBH) erkende dat een monumentenstatus beperkingen oplegt, maar wees erop dat de eigenaren nooit de benodigde onderbouwing aanleverden. “Dan is er geen aanleiding om de status in te trekken”, aldus Evers. Ook zij gaf, net als collega Janssen, de voorkeur aan om te wachten op het nieuwe beleid.

Wethouder Karin Hoekstra prees, net als de rest, het goede onderhoud door de eigenaren. “Daar is iedereen het over eens”. “Maar juist daarom is het belangrijk dat we zulke panden beschermen voor de toekomst”. Ze wees erop dat er veelvuldig contact is geweest met de bewoners en dat er gewerkt wordt aan een nieuw beleidskader, dat in het voorjaar van 2026 wordt verwacht.

In dat nieuwe beleid worden andere criteria gehanteerd om te bepalen of een gebouw in aanmerking komt voor een monumentale status. Dat beleid is echter nog niet vastgesteld en ligt nu nog ter inzage.

De wethouder meldde dat de gemeente de afgelopen 26 weken veelvuldig in gesprek is geweest met de eigenaren van het pand en heeft gekeken hoe het beleid verbeterd kan worden. “Er zijn een hoop gesprekken over en weer gegaan”, zegt Hoekstra. Daarmee reageerde ze op de kritiek van Hart voor Hillegom, dat stelde dat er al veel gesprekken zijn gevoerd en dat de eigenaar nu vooral wilde dat het voorstel eindelijk aan de raad werd voorgelegd.

De uitleg van de wethouder kon op instemming rekenen van BBH, CDA en Bloeiend Hillegom. GroenLinks, Hart voor Hillegom en VVD bleven kritisch en willen dat er eerst opnieuw met de eigenaren wordt gesproken. Omdat nog niet alle partijen overtuigd zijn, keert het onderwerp daarom volgende week terug in de gemeenteraad.

1 REACTIE

  1. De tekortkomingen en wanbeleid door de gemeente/wethouder on deze kunnen slechts rechtgezet worden door op een -nieuwe – fatsoenlijke manier e.e.a. met de bewoners te gaan bespreken. Neem verantwoordelijkheid in deze, ambtenaren en wethouder!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in