Bollenstreek – Het energienetwerk in het noordelijk deel van Zuid-Holland loopt tegen zijn grenzen aan. In een brandbrief aan de gemeenten vraagt netbeheerder Liander om aandacht voor de stroomcapaciteit. Door de snelle opkomst van zonnepanelen, laadpalen en warmtepompen raakt het net vol.

‘Het gaat aan de ene kant best goed met de verduurzaming’, stelt Wienand van Dijk, regiomanager bij Liander. Keerzijde van dit succes is echter dat de vraag naar elektriciteit sneller stijgt dan het netwerk kan bijbenen. Het knelpunt zit met name in de capaciteit om al die stroom te verplaatsen.

De brief is gericht aan de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek en de regio’s Leiden en Alphen aan den Rijn. Om het gebied goed te kunnen blijven bedienen, is het noodzakelijk dat gemeenten ruimte vrijmaken voor nieuwe elektriciteitsstations.

Meer capaciteit nodig voor transport

De combinatie van nieuwe woningbouw, groeiende bedrijven en de overgang naar elektrische energie vraagt om een flinke uitbreiding van de infrastructuur. Om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen, moet Liander in deze regio op zo’n 30 locaties elektriciteitsstations uitbreiden of verplaatsen. Op de huidige plekken is verdere groei namelijk vaak niet meer mogelijk.

De zoektocht naar geschikte locaties is een uitdaging, omdat de grond in de regio schaars is. Een nieuw elektriciteitsstation neemt al snel 3.000 vierkante meter in beslag – vergelijkbaar met een half voetbalveld. Omdat deze ruimte ook gewild is voor bijvoorbeeld woningbouw, vraagt Liander aan de gemeenten om hierin prioriteiten te stellen.

Aparte wethouder voor energiezaken

Met de brief wil Liander de samenwerking met de lokale overheden intensiveren. De netbeheerder stelt onder andere voor om per gemeente een specifieke ‘energiewethouder’ aan te wijzen.

‘Omdat energieprojecten raken aan ondergrondse kabels, bovengrondse inpassing en ruimtelijke ordening, kan het beleid nu weleens versnipperd raken. Eén coördinerend bestuurder kan zorgen voor meer overzicht en efficiëntie’, aldus Wienand van Dijk van Liander.

Vooruitdenken in de energiebehoefte

Daarnaast vraagt Liander aan gemeentebesturen om bij de ruimtelijke planning rekening te houden met de toekomstige energiebehoefte. Zodat er voldoende plaats is voor transformatie- en elektriciteitsstations.

Ook moet volgens Liander worden ingezet op gedragsverandering: ‘de grootste schaarste op het net concentreert zich tussen 17.00 en 21.00 uur. De netbeheerder wil overheden, bedrijven en inwoners stimuleren om stroomverbruik naar de daluren te verplaatsen.’ Tot slot wordt aangedrongen op alternatieven zoals warmtenetten.

Tijdrovend proces

Het realiseren van nieuwe energie-infrastructuur is momenteel een tijdrovend proces. Gemiddeld duurt het traject voor de bouw van een elektriciteitsstation van planning tot oplevering nu zo’n zeven jaar. Dat komt door onder andere strenge technische eisen – een station moet dicht bij het bestaande netwerk liggen om stroomverlies te voorkomen – maar ook door procedures rondom grondverwerving en inspraak van omwonenden.

Liander hoopt de tijdsduur van deze projecten in goed overleg met de gemeenten omlaag te brengen. Zolang de procedures lang duren, blijft het lastig om goed in te spelen op de snel veranderende energievraag in de maatschappij.

Groeiende wachtlijst

De krapte op het net heeft nu al concrete gevolgen voor de regio. Honderden bedrijven die een nieuwe aansluiting willen of hun capaciteit willen uitbreiden, staan momenteel op een wachtlijst. Dat heeft uiteraard economische gevolgen.

Vanaf 1 juli aanstaande kunnen ook particulieren op een wachtlijst worden geplaatst als de lokale capaciteit ontoereikend is. Liander benadrukt dan ook dat een dat een goed werkend elektriciteitsnetwerk in ieders belang is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in